Dagboekverhalen
BEREND
Als iemand flexibele werktijden heeft gekend, is het Berend wel. Op zijn boerderij moest hij 24 uur per dag paraat staan. Niet zelden gebeurde het dat hij midden in de nacht uit zijn bed moest. Doordat Berend jarenlang op zichzelf aangewezen was, vindt hij het moeilijk om hulp te vragen. Daarom houdt iedereen Berend een beetje in de gaten.
Berend woont nog niet zo lang in De Vloed. Je merkt dat hij er niet aan gewend is om veel mensen om zich heen te hebben. De groepsactiviteiten zijn niks voor hem, hij is alleen mee te krijgen als verpleegkundige Jolanda hem overhaalt. Jolanda doet hem denken aan z’n lievelingsnichtje Dewi die hij af en toe op bezoek krijgt.
Dagboek
16 03 2009 | Dieren en mensen
Berend is een nachtbraker. Tijdens mijn nachtdiensten is hij altijd aan het ronddolen over de afdeling of aan het wandelen in de tuin. Wanneer iedereen slaapt, komt hij juist tot leven. Eigenlijk vind ik het best gezellig dat hij dan nog wakker is. Het kan s’nachts heel stil zijn op de afdeling. Met hem heb ik altijd wel wat te kletsen. Vaak vertelt hij me over zijn boerderij. Hij was vroeger boer en heeft in z’n eentje het hele bedrijf gerund. Omdat hij altijd zonder partner heeft geleefd, is hij gewend aan rust en stilte om zich heen. Berend is hier nog maar sinds kort en moest erg wennen aan het samenleven met andere bewoners. Eigenlijk heeft hij meer met dieren dan met mensen. Op de boerderij was hij 24 uur per dag met z’n bedrijf bezig, en stond hij ook vaak s’nachts op. Ik denk dat hij dat ritme altijd een beetje heeft gehouden.
Mijn dienst houdt altijd op wanneer m’n collega Angela is gearriveerd om mijn dienst over te nemen. Berend loopt dan meestal met me mee naar buiten voordat ik ga. Meestal zegt hij dan niet veel, maar ik denk dat hij toch van deze vorm van gezelschap geniet. Vandaag wilde hij me wat laten zien zei hij. Samen liepen we de tuin in waar Berend stil bleef staan bij het bruggetje dat over de rivier loopt. Omdat het nog zo vroeg in de ochtend was, was het erg mistig rond het riviertje. Nieuwsgierig staarde ik naar de waterkant waar Berend’s blik op bleef rusten. Uit z’n zak haalde hij een plastic zakje met hele kleine stukjes brood. Zachtjes hoorde ik wat getjilp van wat bleek, een nestje met jonge eendjes! Berend vertelde me dat hij hier iedere ochtend in alle vroegte naartoe loopt om de eendjes te voeren. Hij wil liever niet dat de andere bewoners er vanaf weten omdat hij bang is dat drukte de eendjes zal wegjagen. Door dat extra eten dat Berend iedere ochtend trouw voor ze meebrengt willen ze hier vast graag blijven zei ik hem nog. Samen voerden we de piepkleine eendjes. Het gaf me een goed gevoel dat Berend me z’n verhaal toevertrouwde. Ik neem voortaan altijd wat extra brood voor hem mee.


